Casuïstiek met historisch perspectief (4)

Werken met herkenbare casuïstiek – voor bijvoorbeeld het doorgronden van én leren werken met een bedrijfswaardenmatrix – is niet enkel goed voor een geweldige leerervaring, het is ook buitengewoon leuk. Om die reden beschrijf ik ook – als de casus dat toelaat – een historisch perspectief. Het geeft net dat beetje extra context op een bepaalde situatie waardoor deelnemers vaak met meer nuance naar de risico’s kijken en tot betere risico inschattingen komen. Historie doet ertoe. Daarom deel ik de komende dagen van een paar gemaakte casussen het bijbehorende historisch perspectief. Gewoon omdat het leuk is.

De OUde maas

Het gedeelte van de Oude Maas bij Dordrecht is onderdeel van de rivier die van Dordrecht via Zwijndrecht en Spijkenisse naar Vlaardingen stroomt. Dit deel van de Oude Maas sluit in het noordoosten aan op de Beneden-Merwede en de Noord. Met circa 150.000 schepen per jaar is dit het drukstbevaren rivierenknooppunt van Europa. In het zuiden sluit de Oude Maas aan op de Dordtsche Kil.

De Oude Maas bij Dordrecht is onderdeel van verschillende routes voor goederenvervoer. Er varen duwstellen met een lengte tot en met 270 meter. Het zuidelijke deel van vaarweg (de Krabbegeul) is geschikt voor zeevaart met een vaardiepte tot 10 meter.

Een veranderende stroom door de tijd

Zoals de naam aangeeft vormde de rivier ooit de monding van de Maas. In de middeleeuwen werd de monding van de Maas gevormd door twee evenwijdig lopende stromen die in de huidige Hoeksche Waard samenkwamen en richting de Maasmonding stroomden. De noordelijke tak is de huidige Oude Maas, waarvan het oostelijke gedeelte door een doorbraak vanuit de Merwede is ontstaan. De (oudere) zuidelijke tak, de Romeins-Middeleeuwse Maas, is sinds de Sint-Elisabethsvloed vrijwel verdwenen – de huidige Binnenbedijkte Maas is hiervan nog een restant.

De zuidelijke tak werd in 1273 afgedamd (bij Hedikhuizen en Maasdam) en zo ontstond de Groote of Hollandsche Waard. Het Maaswater stroomde vanaf toen via de huidige Afgedamde Maas richting de Merwede. Van hieruit werd het water verdeeld over de vroegere noordelijke tak (de huidige Oude Maas) en de huidige Noord. Na de Sint-Elisabethsvloed verdronk de Groote Waard en werd het grootste deel van het Merwedewater tussen Dordrecht en Werkendam in zuidwestelijke richting geleid, haaks op de oude stroomrichting en weg van de oorspronkelijke mondingsarmen. Toch heeft een deel van het Maaswater nog lange tijd de Oude Maas kunnen bereiken, via de Beneden-Merwede (die een deel van de oorspronkelijke stroomrichting intact hield).

Na het graven van de Bergsche Maas en het afsluiten van de Afgedamde Maas kon het Maaswater de Merwede niet langer bereiken en is de Oude Maas geheel afgesneden van zijn bronrivier. Sindsdien wordt de rivier slechts gevoed door de Rijn, waarvan het een belangrijke mondingsarm is. Via de Bergsche Maas en het Hollands Diep stroomt het Maaswater nu het Haringvliet in. Overigens stromen zowel het Spui als de Dordtse Kil soms in tegengestelde richting, afhankelijk van de waterstand. Dit is een gevolg van het afsluiten van het Haringvliet in het kader van de Deltawerken. Sindsdien stroomt soms, maar lang niet altijd, weer Maaswater door de Oude Maas.

Na de Tweede Wereldoorlog is de vaargeul in de rivier geschikt gemaakt voor de groeiende scheepvaart. De vaargeul werd dieper gemaakt waar dat nodig was, splitsingspunten werden aangepast en buiten de dijk gelegen terreinen werden aan het stroomgebied van de rivier bij de hoogste waterstanden (winterbed) onttrokken. Door de afvoer van de Beneden Merwede en door het tij is de stroom op de Oude Maas vaak sterk: tot wel 5 kilometer per uur. De rivier wordt intensief en met hoge snelheden bevaren door de beroepsscheepvaart.

Foto Streekarchief; De Oude Maas rond 1905