Over sociale waarde, risico’s en de keuzes achter onze infrastructuur
De afgelopen jaren heeft het begrip sociale waarde een opvallende opmars gemaakt binnen de wereld van infrastructuur, assetmanagement en publieke investeringen. In beleidsstukken, onderzoeksrapporten en aanbestedingen wordt steeds vaker gesproken over maatschappelijke waarde, brede welvaart, leefbaarheid en publieke impact. Daarmee lijkt sociale waarde zich te ontwikkelen tot een nieuwe dimensie naast de klassieke stuurvariabelen prestaties, risico’s en kosten.
Maar is dat eigenlijk wel zo?
De suggestie dat sociale waarde een extra dimensie vormt, impliceert namelijk dat zij iets toevoegt aan een bestaand model. Alsof assetmanagement jarenlang volledig was en er nu een vierde as wordt toegevoegd aan de al bekende driehoek van prestaties, risico’s en kosten.
Dat beeld verdient nuancering. Want wanneer we de vraag stellen waarom infrastructuur überhaupt bestaat, komen we al snel tot een andere conclusie. Een brug wordt niet gebouwd om een bepaalde technische beschikbaarheid te behalen. Een tunnel wordt niet aangelegd zodat inspecteurs periodiek een conditiecijfer kunnen vaststellen. En een waterkering wordt niet onderhouden omdat beton en staal nu eenmaal onderhoud behoeven.
Deze assets bestaan omdat ze waarde leveren aan de samenleving.
Ze maken bereikbaarheid mogelijk en verbinden mensen met werk, onderwijs en zorg. Economische activiteit wordt ondersteund. Ze beschermen inwoners tegen overstromingen en ze dragen bij aan veiligheid, leefbaarheid en maatschappelijke stabiliteit.
Vanuit dat perspectief is sociale waarde geen aanvullend element van assetmanagement.
Sociale waarde is juist het doel waarvoor assetmanagement bestaat.
De echte vraag is daarom niet hoe we sociale waarde als extra dimensie kunnen toevoegen aan onze besluitvorming. De vraag is hoe we zichtbaar maken dat die maatschappelijke waarde altijd al centraal had moeten staan. Juist daar blijkt de bedrijfswaardenmatrix een cruciale rol te spelen.
de valkuil van technisch denken
Wanneer er wordt gesproken over de Nederlandse infrastructuur, gaat het vaak over beton, staal, asfalt en geld. We discussiëren over onderhoudsachterstanden, vervangingsopgaven, storingen, degradatiecurves en budgetten. Dat is logisch, want de technische opgave is enorm en de financiële belangen zijn groot.
Toch ontstaat er een risico wanneer infrastructuur uitsluitend vanuit die invalshoek wordt beschouwd. Want niemand bouwt een brug om een brug te hebben en niemand legt een weg aan omdat asfalt op zichzelf waarde heeft. Een brug die perfect voldoet aan alle technische eisen, maar geen enkele maatschappelijke functie vervult, heeft uiteindelijk weinig bestaansrecht.
De werkelijke waarde van infrastructuur zit niet in het object zelf, maar in de maatschappelijke functies die het object mogelijk maakt. Dat inzicht lijkt vanzelfsprekend, maar heeft verstrekkende gevolgen voor de manier waarop we investeringen, onderhoud en vervangingen beoordelen.
Sociale waarde is geen zachte factor
Sociale waarde wordt soms weggezet als iets abstracts. Iets moeilijks. Iets dat thuishoort in beleidsdiscussies maar niet in de wereld van assetmanagement. Dat is opmerkelijk omdat veel van de begrippen waarmee assetmanagers dagelijks werken minstens zo abstract zijn.
Veiligheid kan bijvoorbeeld niet letterlijk worden gemeten. Daarvoor gebruiken we indicatoren.
Reputatie berekenen? Ga er maar aanstaan. Dat is niet te doen en dus maken we inschattingen. Evengoed werken we met scenario’s en aannames om de toekomstige financiële schade van een gebeurtenis te duiden.
Hetzelfde geldt voor maatschappelijke waarde.
Bereikbaarheid, leefbaarheid, inclusiviteit, gezondheid, economische vitaliteit en vertrouwen zijn allemaal aspecten van waarde die zichtbaar worden in de samenleving. Ze zijn misschien niet altijd direct meetbaar met een schuifmaat of een sensor, maar dat maakt ze niet minder reëel.
Sterker nog: uiteindelijk bepalen juist deze effecten of infrastructuur haar maatschappelijke functie vervult.
De bedrijfswaardenmatrix als vertaling van wat belangrijk is
Hier komt de bedrijfswaardenmatrix in beeld.
In veel organisaties vormt deze matrix het fundament onder risicomanagement en besluitvorming. Mogelijke gebeurtenissen worden niet alleen beoordeeld op hun kans van optreden, maar vooral op hun impact op de waarden die een organisatie belangrijk vindt.
Denk daarbij aan:
- Veiligheid
- Financiële impact
- Beschikbaarheid
- Imago en vertrouwen
- Wet- en regelgeving
- Duurzaamheid
- Maatschappelijke impact
Op het eerste gezicht lijkt dit een technisch hulpmiddel om risico’s te classificeren, maar in werkelijkheid doet de matrix iets veel belangrijkers: ze maakt expliciet wat een organisatie belangrijk vindt en vertaalt abstracte publieke waarden naar concrete afwegingen.
Een defecte brug wordt daardoor niet alleen beoordeeld op herstelkosten of technische schade. Er wordt ook gekeken naar de gevolgen voor bereikbaarheid, economische activiteit, leefbaarheid, veiligheid en vertrouwen.
Met andere woorden: naar de gevolgen voor maatschappelijke waarde.
Sociale waarde hoeft dan niet meer als afzonderlijk model naast assetmanagement te worden geplaatst omdat het in een goede bedrijfswaardenmatrix wordt geïntegreerd als breed toepasbaar richtinggevend afwegingskader.
Risico als potentiële vernietiging van waarde
Vanuit dit perspectief krijgt ook het begrip risico een diepere betekenis. Traditioneel definiëren we risico als kans maal gevolg. En die gevolgen raken rechtstreeks aan de bedrijfswaarden en aan alles wat de organisatie belangrijk vindt.
Wanneer maatschappelijke impact en duurzaamheid onderdeel uitmaken van die bedrijfswaarden, wordt risico feitelijk een maat voor de potentiële vernietiging van maatschappelijke waarde.
Dat verandert de betekenis van risicomanagement fundamenteel. Een risicomatrix is dan niet langer uitsluitend een technisch instrument en hulpmiddel, maar een mechanisme om de waarden van de samenleving te beschermen.
Dat kan je als volgt definiëren: “risico is niets anders dan de mogelijkheid dat maatschappelijke, operationele, financiële of duurzaamheidswaarde verloren gaat of juist toeneemt door onzekerheid.”
Of zoals de ISO 55000 dat definieert: “risico is het effect van onzekerheid op doelstellingen.”
de vervanginsopgave in een ander licht
Dit inzicht sluit aan op de discussie rond de Nederlandse vervangingsopgave waar het nieuws de laatste tijd vol van staat.
De komende decennia zullen veel bruggen, wegen, sluizen en tunnels het einde van hun oorspronkelijke ontwerplevensduur bereiken. Dat leidt regelmatig tot het beeld van een onvermijdelijke vervangingstsunami.
Maar zoals eerder betoogd in een ander artikel, ontstaat die tsunami vooral wanneer leeftijd wordt verward met noodzaak.
Een assetmanager die uitsluitend naar bouwjaren kijkt, ziet een vervangingsvraagstuk. Een assetmanager die naar risico’s kijkt, ziet een prioriteringsvraagstuk en een assetmanager die naar bedrijfswaarden kijkt, ziet een maatschappelijke opgave.
Dan verschuift de vraag van:
“Welke asset is het oudst?”
naar:
“Welke asset vertegenwoordigt de grootste maatschappelijke waarde en welk risico lopen we die waarde te verliezen?”
Dat leidt vaak tot andere prioriteiten. Niet de technische conditie alleen bepaalt dan de urgentie. De maatschappelijke betekenis van een asset wordt minstens zo belangrijk.
NB. De afgelopen twee jaar voerde ik een opdracht uit voor Rijkswaterstaat die precies een antwoord op die vraag geeft. Netwerkschakels geprioriteerd op basis van toegevoegde waarde bij een gegeven prestatie en verondersteld risico waarbij de bedrijfswaardenmatrix het afwegingskader vormt.
Duurzaamheid als bescherming van toekomstige waarde
Duurzaamheid – als voorbeeld – wordt vaak behandeld als een afzonderlijke beleidsambitie. Maar vanuit assetmanagement kan zij net zo goed worden gezien als het beschermen van maatschappelijke waarde op de lange termijn.
Klimaatverandering, grondstoffen-schaarste, emissies en circulariteit beïnvloeden immers rechtstreeks de waarde die toekomstige generaties aan infrastructuur kunnen ontlenen.
Een volwassen bedrijfswaardenmatrix brengt die belangen samen. Niet als losse beleidsdoelen, maar als integraal onderdeel van dezelfde besluitvorming.
Verschuiving van beheer naar beschermen van waarde
De discussie over sociale waarde hoeft daarom niet te leiden tot nieuwe modellen, extra dashboards of aanvullende managementlagen. Veel organisaties beschikken al over een krachtig instrument om maatschappelijke belangen expliciet onderdeel te maken van hun besluitvorming: de bedrijfswaardenmatrix.
Wanneer veiligheid, beschikbaarheid, duurzaamheid, financiële continuïteit, reputatie en maatschappelijke impact daarin op een evenwichtige manier zijn verankerd, ontstaat een afwegingskader waarmee risico’s niet langer alleen worden beoordeeld op hun technische gevolgen, maar op hun effect op de waarden die een organisatie wil beschermen.
Daarmee verschuift assetmanagement van het beheren van objecten naar het beschermen van waarde.
Bruggen, wegen, tunnels en waterkeringen zijn immers nooit het doel geweest. Zij vormen slechts de middelen waarmee maatschappelijke functies worden gerealiseerd. De samenleving is uiteindelijk de reden waarom deze assets bestaan.
Als er al een vierde dimensie is, dan zou de focus moeten liggen op sociale veiligheid.
Wanneer maatschappelijke waarde centraal staat, ontstaat automatisch de vraag welke maatschappelijke voorwaarden nodig zijn om die waarde daadwerkelijk te realiseren. Daarmee komen we uit bij een onderwerp dat in assetmanagement verrassend weinig aandacht krijgt: sociale veiligheid.
Niet omdat sociale veiligheid losstaat van maatschappelijke waarde, maar omdat zij zichtbaar maakt hoe infrastructuur het dagelijks functioneren van mensen beïnvloedt. Hoe veilig voelen inwoners zich wanneer vitale infrastructuur uitvalt? Hoe kwetsbaar wordt een samenleving wanneer bereikbaarheid afneemt, voorzieningen verdwijnen of vertrouwen in publieke systemen afbrokkelt? En hoe verhouden technische risico’s zich tot het gevoel van zekerheid dat burgers van hun overheid mogen verwachten?
Maar sociale veiligheid reikt verder dan de wereld buiten de organisatie.
Misschien is de meest onderschatte vraag wel of de organisaties die verantwoordelijk zijn voor infrastructuur zelf sociaal veilig genoeg zijn om goede besluiten te nemen.
In een sociaal onveilige organisatie worden afwijkende meningen minder snel uitgesproken. Risico’s worden soms afgezwakt in plaats van benoemd. Twijfels verdwijnen uit rapportages. Kritische signalen uit inspecties of onderhoudsteams bereiken de bestuurlijke tafel niet altijd in hun oorspronkelijke vorm. En wanneer inclusiviteit ontbreekt, bestaat het risico dat besluitvorming vooral plaatsvindt vanuit het perspectief van de eigen organisatie, terwijl de belangen van gebruikers, omwonenden of kwetsbare groepen onvoldoende worden meegenomen.
Juist complexe afwegingen rondom veiligheid, duurzaamheid, leefbaarheid en maatschappelijke impact vragen om een omgeving waarin mensen zich vrij voelen om risico’s bespreekbaar te maken, aannames ter discussie te stellen en bestuurders tegen te spreken wanneer dat noodzakelijk is.
Misschien begint sociale waarde daarom niet bij de asset en misschien zelfs niet bij de gebruiker. Misschien begint zij bij de kwaliteit van de gesprekken die voorafgaan aan een besluit.
Want hoe kunnen organisaties maatschappelijke waarde beschermen wanneer de omstandigheden ontbreken om die waarde open, eerlijk en inclusief te bespreken?
Dat maakt sociale veiligheid daarom niet alleen een bedrijfswaarde naast de andere bedrijfswaarden. Misschien is zij de voorwaarde waaronder alle andere bedrijfswaarden überhaupt bespreekbaar worden.
Niet alleen buiten de organisatie, maar juist ook daarbinnen.


