Het Israëlisch – Midden-Oosten conflict: oorzaken en gevolgen vanuit risicodenken (2)

Op 7 oktober 2024 vielen Hamas-aanslagen Israël binnen, met duizenden raketten en gruwelijke terreur tegen burgers. Israël reageerde met een grootschalige invasie in Gaza, wat een humanitaire catastrofe en regionale onrust ontketende. Wat begon als een klassiek conflict tussen Israël en Hamas, groeide al snel uit tot een bredere confrontatie met Hezbollah, Houthi’s en Iran. Deze escalatie was geen verrassing vanuit risicodenken: machtsvacuüms, proxy-oorlogen en asymmetrische dreigingen zijn inherent aan het Midden-Oosten. In juni 2025 schreef ik hier een artikel over (met dezelfde titel) met hypotheses die vandaag werkelijkheid zijn. Dit artikel is de basis voor deze verdere verkenning.

De dynamiek heeft zich in de afgelopen achttien maanden verder verdiept. De spanningen laaiden op tot een directe confrontatie, met Israël en de Verenigde Staten die in maart 2026 Iraanse energie-infrastructuur aanvielen, waaronder gasvelden zoals South Pars en raffinaderijen. Olieprijzen schoten omhoog naar boven tot ver boven $100 per vat, terwijl de Straat van Hormuz – een globaal knelpunt en goed voor 20% van de wereldwijde olie-export – onder zware dreiging kwam te staan. Wat begon met de aanslagen van 2024, is nu een systeemrisico geworden: niet langer beperkt tot regionale machtsbalans, maar met directe doorwerking op energieprijzen, inflatie, logistiek en mondiale stabiliteit.

Oorzaken vanuit risicoperspectief

Het conflict wortelt in structurele risico’s: historische claims op land, religieuze tegenstellingen en demografische druk. Hamas’ aanval was een berekende provocatie, bedoeld om Israël in een asymmetrische oorlog te lokken en bondgenoten zoals Iran te activeren. Israël koos voor een harde respons om afschrikking te herstellen, maar onderschatte de kettingreactie via proxies zoals Hamas (Gaza), Hezbollah (Libanon) en Houthi’s (Jemen). Iran financiert en bewapent deze groepen om Israël te verzwakken zonder directe oorlog, terwijl de VS onder president Trump een harde lijn trekken tegen Teheran. Risicodenken leert dat zulke proxy-dynamieken escaleren zodra drempelgedrag doorbroken wordt – precies wat in 2026 gebeurde toen aanvallen op vitale infrastructuur de lont in het kruitvat staken.

De Bow-Tie analyse

Om dit conflict systematisch te doorgronden, is de bow-tie analyse een ideaal instrument. Deze methode visualiseert risico’s als een vlinderdas: links liggen de dreigende oorzaken, in het midden de centrale gebeurtenis (het toprisico), rechts de potentiële gevolgen. Daartussen kunnen mitigerende maatregelen worden geplaatst. In dit voorbeeld is dat niet gedaan.

Het Midden-Oosten conflict in een bow-tie diagram (LEAM)

Er zijn ten opzichte van het oorspronkelijke artikel uit 2025 slechts een paar toevoegingen gedaan. Maar links van het midden (de oorzaken) kun je prima de proxy-aanvallen door Hamas/Hezbollah/Houthi’s, Iraanse raketdreigingen en mislukte diplomatie plaatsen. Rechts van het midden de gevolgen als de energiecrises, olieprijsstijgingen, humanitaire rampspoed, regionale instabiliteit en mondiale recessie. Diplomatieke druk en sancties op Iran hebben niet het gewenste effect gehad terwijl mitigerende maatregelen (meestal rechts in de bowtie) inmiddels worden aangesproken. Denk aan oliereserves de zoektocht naar alternatieve routes, etc.

De bowtie maakt direct zichtbaar waarom de escalatie van 2026 zo gevaarlijk is: veel preventieve barrières zijn doorbroken (diplomatie faalde), terwijl mitigerende maatregelen onder druk staan door fysieke schade aan infrastructuur. Allen vertaald naar de maatschappelijke waarden die in al mijn vergelijkbare artikelen zijn gebruikt.

Gevolgen van regionaal naar globaal

De directe tol is hoog: tienduizenden doden, ontwrichte steden en een humanitaire ramp in Gaza en Libanon. Maar het echte risico zit in de transmissiekanalen. De recente aanvallen hebben energie-infrastructuur geraakt, met Israël dat Iraanse gasvelden trof en Iran dat represailles zocht via o.a. de Straat van Hormuz en aanvallen op gasvoorraden in Qatar. Olie- en gasprijzen exploderen, (scheepvaart)verzekeringen schieten omhoog en handelsroutes geraken ontregeld. Dit duwt de wereldeconomie dichter naar kantelpunten: hogere inflatie remt centrale banken, voedselprijzen stijgen door transportkosten en fragiele staten dreigen in chaos te vervallen. In risicotermen is dit een klassiek cascade-effect: een lokaal conflict activeert systemische kwetsbaarheden, precies wat de bow-tie analyse voorspelt als consequences niet tijdig worden afgevangen.

De escalatie van 2026

Toepassing op de actuele situatie versterkt de analyse. Oorzaken zoals Houthi-aanvallen op scheepvaart en Iraanse proxies hebben de afschrikking in de vorm van sancties en diplomatie doen falen. De gevolgen die we nu dagelijks merken zoals exorbitant stijgende olieprijzen en Hormuz-dreigingen activeren nu mitigerende maatregelen als het aanspreken van strategische oliereserves, LNG-importen en diplomatieke de-escalatie. Maar de bow-tie toont de kwetsbaarheid: als één belangrijke barrière faalt (bijvoorbeeld een langdurige Hormuz-blokkade), domineren de gevolgen het plaatje. Voor assetmanagers betekent dit: test je portfolio’s tegen zulke scenario’s. Voor burgers betekent dit steeds vaker de tering naar de nering zetten. Wereldwijd lijden miljoenen onder het juk van enkelen. Het waarom wordt in het artikel macht boven menselijkheid mogelijk (deels) verklaard.

risicobeheersing en lessen

De bow-tie analyse biedt concrete handvatten: identificeer je top events, kwantificeer barrière-effectiviteit en bouw redundantie in. Diversifieer energiebronnen, verstevig kritieke knelpunten zoals Hormuz met gezamenlijke afspraken tussen landen, en vul buffers in voorraadketens. De escalatie toont aan dat afschrikking werkt tot het niet meer werkt én dat proxies onverwachte escalaties veroorzaken. Voor infrastructuurbeheerders geldt hetzelfde: geopolitiek is geen “ver van het bedshow”, maar een directe dreiging voor assets, logistiek en financiële stabiliteit. De vraag is niet óf er meer schokken komen, maar hoe robuust onze systemen zijn tegen de volgende. De komende tijd nieuwe bow-ties opstellen? Ik help je graag.

Afbeelding: Perplexity

Casuïstiek met een historisch perspectief (6)

Werken met herkenbare casuïstiek – voor bijvoorbeeld het doorgronden van én leren werken met een bedrijfswaardenmatrix – is niet enkel goed voor een geweldige leerervaring, het is ook buitengewoon leuk. Om die reden beschrijf ik ook – als de casus dat toelaat – een historisch perspectief. Het geeft net dat beetje extra context op een bepaalde situatie waardoor deelnemers vaak met meer nuance naar de risico’s kijken en tot betere risico inschattingen komen. Historie doet ertoe. Daarom deel ik de komende dagen van een paar gemaakte casussen het bijbehorende historisch perspectief. Gewoon omdat het leuk is.

Schelde-Rijnverbinding

De vaarwegverbinding tussen Reimerswaal en Steenbergen – is de levensader voor de haven van Antwerpen, een van de grootste havens van Europa. De verbinding biedt een betrouwbare, getijdenvrije route voor schepen om van Antwerpen naar het achterland te varen, met name naar de grote rivieren Rijn en Maas. Zonder deze directe verbinding zou Antwerpen veel minder efficiënt zijn en zou het vrachtvervoer een langere en minder voorspelbare route moeten nemen. De vaarweg fungeert als een belangrijke economische motor. Het vergemakkelijkt het vervoer van goederen zoals containers, brandstoffen en landbouwproducten. Dit zorgt voor een constante goederenstroom tussen de Belgische en Nederlandse havens en industriegebieden, wat cruciaal is voor de regionale en nationale economieën.

De aanleg van het Schelde-Rijnkanaal, in combinatie met de Deltawerken zoals de Oesterdam en de Philipsdam, heeft het Schelde-Rijnverkeer veiliger en efficiënter gemaakt. Door het scheiden van zout en zoet water en het creëren van een getijdenvrije vaarweg, kunnen schepen sneller en met grotere zekerheid navigeren. Dit vermindert ook de kans op ongevallen.

De vaarweg is het resultaat van een langdurige diplomatieke strijd. De succesvolle aanleg markeerde het einde van eeuwen van discussies tussen Nederland en België over de toegang van Antwerpen tot de Rijn. De verbinding staat symbool voor de samenwerking en het gezamenlijke waterbeheer van de Lage Landen.

Een eeuwenlange strijd

De Schelde-Rijnverbinding is niet plotseling ontstaan; het is het resultaat van meer dan een eeuw aan diplomatieke strijd en mislukte plannen tussen Nederland en België. Na de Belgische onafhankelijkheid in 1839 bleef de vaarweg op de Westerschelde onder Nederlandse controle, en Nederland bleef er tol heffen. Dit was een doorn in het oog van België, dat een vrije toegang voor de haven van Antwerpen naar het achterland (de Rijn) eiste. Om aan het verdrag te voldoen, groef Nederland het Kanaal door Zuid-Beveland, dat in 1866 werd geopend. Hoewel dit de scheepvaart vergemakkelijkte, zagen de Belgen dit als een inferieure oplossing en bleven ze aandringen op een directere route.

In 1863 werd een belangrijk verdrag gesloten. België kocht de tol op de Schelde af van Nederland voor een aanzienlijk bedrag van ruim 36 miljoen frank. Deze afkoop, gefinancierd door België en andere maritieme mogendheden, gaf de haven van Antwerpen definitief vrije toegang tot de zee, maar loste het probleem van de Rijnverbinding niet op. In de decennia daarna, waaronder in de jaren ’20 en ’30 van de 20e eeuw, werden verschillende plannen besproken voor een direct kanaal tussen Antwerpen en Moerdijk, ook wel het “Moerdijkkanaal” genoemd. Deze projecten bleven in de ontwerpfase en kwamen nooit tot uitvoering, mede door politieke en economische omstandigheden, zoals de Tweede Wereldoorlog. Na de Tweede Wereldoorlog werden de onderhandelingen hervat. De in 1949 benoemde commissie van de Belgische politicus Frans Van Cauwelaert en de Nederlandse staatsman Max Steenberghe speelde een cruciale rol. De aanbevelingen van deze commissie legden de basis voor de uiteindelijke overeenkomst.

De aanleg van de uiteindelijke Schelde-Rijnverbinding was dus het hoogtepunt van een lange strijd, die de economische rivaliteit tussen de havens van Antwerpen en Rotterdam weerspiegelde en die pas definitief werd beslecht met het verdrag van 1963. Vanaf 1967 begonnen de werkzaamheden voor het Schelde-Rijnkanaal, dat het hart vormt van de verbinding. Het kanaal werd geopend in 1975. De werkzaamheden werden in 1976 afgerond.

De Schelde-Rijnverbinding bestaat uit verschillende waterwegen en kunstwerken die gezamenlijk een getijdenvrije route vormen.

  • Het Antwerps Kanaalpand: Dit is het meest zuidelijke deel van de verbinding. Het is een nieuw gegraven kanaal dat start in de haven van Antwerpen en door de schorren van Ossendrecht loopt, op weg naar de Kreekraksluizen. Dit deel bevindt zich nog op Belgisch grondgebied en is van essentieel belang voor de directe toegang tot de haven van Antwerpen.
  • Kreekraksluizen: Deze sluizen vormen de scheiding tussen het Scheldebekken en het Volkerak. Ze zorgen ervoor dat schepen het hoogteverschil tussen de twee gebieden kunnen overbruggen en dat de zout- en zoetwaterhuishouding gescheiden blijft. De sluizen spelen een cruciale rol in het getijdenvrij maken van de verbinding.
  • Volkerak-Zoommeer: Dit waterlichaam is ontstaan na de voltooiing van de Deltawerken, in het bijzonder de Philipsdam en de Oesterdam. Het Volkerak-Zoommeer, inclusief het Volkerak en het Zoommeer, maakt deel uit van de route en dient als een gecontroleerd, zoetwaterbekken. Vroeger was dit een getijdengebied, maar na de aanleg van de dammen is het een belangrijk knooppunt geworden voor de scheepvaart en waterbeheer in de regio. Het ligt tussen Tholen en Steenbergen en vormt een directe verbinding met het Schelde-Rijnkanaal, wat de verkeersroute naar de haven van Moerdijk en verder naar de Rijn vergemakkelijkt.   

De verbinding is niet alleen van belang voor de doorvoer van goederen, maar heeft ook het landschap en het waterbeheer in de regio permanent veranderd. De aanleg van de dammen en sluizen heeft Zeeland en Noord-Brabant beschermd tegen de zee en een betrouwbaar vaarwegennet gecreëerd.

Foto: LEAM; De Kreekraksluizen zijn wandelend of fietsend gewoon te bezoeken

Casuïstiek met een historisch perspectief (5)

Werken met herkenbare casuïstiek – voor bijvoorbeeld het doorgronden van én leren werken met een bedrijfswaardenmatrix – is niet enkel goed voor een geweldige leerervaring, het is ook buitengewoon leuk. Om die reden beschrijf ik ook – als de casus dat toelaat – een historisch perspectief. Het geeft net dat beetje extra context op een bepaalde situatie waardoor deelnemers vaak met meer nuance naar de risico’s kijken en tot betere risico inschattingen komen. Historie doet ertoe. Daarom deel ik de komende dagen van een paar gemaakte casussen het bijbehorende historisch perspectief. Gewoon omdat het leuk is.

A12, Bodegraven – Woerden

De A12 is een van de drukste en meest strategische snelwegen van Nederland, en vormt een cruciale verbinding tussen Den Haag, Utrecht en Duitsland. Het traject tussen Bodegraven en Woerden loopt dwars door het veenweidegebied van het Groene Hart — een landschappelijk waardevol maar technisch kwetsbaar gebied. De combinatie van intensief verkeer, bodemdaling, klimaatverandering en verouderende infrastructuur stelt Rijkswaterstaat en andere betrokken partijen voor aanzienlijke uitdagingen.

Een route door kwetsbaar land

De A12 vormt een van de oudste en belangrijkste oost-westverbindingen in Nederland. Het traject tussen Bodegraven en Woerden ligt midden in het Groene Hart — een veenweidegebied met historische agrarische functies en kwetsbare bodems. De aanleg van infrastructuur in dit gebied was om die reden altijd onderwerp van zorgvuldige afwegingen tussen bereikbaarheid en landschapsbehoud.

Voor de aanleg van de A12 liep het verkeer tussen Bodegraven en Woerden grotendeels via de Rijksstraatweg (nu bekend als N458). Deze route was oorspronkelijk bedoeld voor lokaal verkeer en bood onvoldoende capaciteit voor het groeiende verkeer tussen Utrecht en de Randstad in de vroege 20e eeuw. Na de Tweede Wereldoorlog kwam de wederopbouw van Nederland op gang, en daarmee een forse toename van het autoverkeer. In de jaren ’50 en ’60 werd gewerkt aan een landelijk netwerk van autosnelwegen. De A12 werd daarbij aangewezen als hoofdverbinding tussen Den Haag en de Duitse grens. Het tracé tussen Bodegraven en Woerden was echter vanwege de slappe veenbodem en het open landschap technisch complex en politiek gevoelig.

De daadwerkelijke aanleg van de A12 tussen Bodegraven en Woerden vond plaats in fases in de tweede helft van de jaren ’60. De exacte ingebruikname van dit deel vond plaats in 1969, toen het stuk tussen Reeuwijk en Woerden werd geopend. Het tracé werd zorgvuldig aangelegd met oog voor waterhuishouding en op diverse plekken zijn ophogingen en drainageconstructies toegepast om verzakking te beperken.

Dit deel van de A12 is relatief rechtlijnig en kenmerkt zich door open vergezichten over weilanden, afgewisseld met sloten en vaarten. Het is een voorbeeld van infrastructurele ingrepen in het veenweidegebied, met aandacht voor stabiliteit en landschappelijke inpassing. Bijzonder is ook het knooppunt met de N11, dat later in de jaren ’90 werd ontwikkeld als aansluiting richting Alphen aan den Rijn en Leiden. Door de groei van het verkeer is het traject tussen Bodegraven en Woerden sindsdien meerdere malen aangepast. Er zijn verbredingen geweest, aanpassingen aan op- en afritten, en er is geïnvesteerd in geluidswering en ecologische voorzieningen. De laatste jaren speelt ook het aspect van duurzaam assetmanagement een grotere rol in het beheer van dit traject, met aandacht voor bodemdaling, CO₂-reductie en circulair onderhoud.

De A12 tussen Bodegraven en Woerden is meer dan een functioneel stukje snelweg. Het is een product van technologische vooruitgang, ruimtelijke planning en maatschappelijke afwegingen. In een gebied waar land en water elkaar voortdurend uitdagen, is de aanleg van een snelweg geen vanzelfsprekendheid. Toch heeft deze verbinding zich inmiddels onmisbaar gemaakt in de oost-west bereikbaarheid van Nederland.

Bron: ReBro nieuws; de diverse functies van het landschap en de A12