Bovengronds vs. Ondergronds: De Wereldwijde Netwerkafweging

Vanmorgen stuurde een Fierkracht collega onderstaande foto vanuit Laos. Toen ik de foto in mij opnam was de primaire reactie: “wat een zooitje.” Naar Nederlandse maatstaven is dat ook zo. Hier gaan binnen de bebouwde kom de kabels onder de grond en worden vaak hoogspanningsmasten gebruikt daarbuiten voor het overbruggen van lange afstanden.

Laos voorbeeld van elektriciteitsknooppunt
Foto: Erik Hogervorst; Laos elektriciteitsnetwerk kwetsbaarheid voor wind, regen, dieren, en brandrisico’s

Laos exporteert heel veel elektriciteit naar buurlanden als Thailand, Vietnam en Cambodja. Deze energie-export vraagt een hogere kwaliteit van het hoogspanningsnetwerk en is in de regel ook betrouwbaar. Het is een politieke keuze omdat Laos heel veel waterkrachtcentrales heeft gebouwd en de export van elektriciteit goed is voor een aanzienlijk deel van het BBP .

De betrouwbaarheid van de elektrische distributienetten voor de binnenlandse markt in Laos is daarentegen duidelijk lager dan in West-Europese landen. Om dit op te vangen hebben de belangrijke faciliteiten in steden veelal generatoren om stroomuitval op te vangen. Dit is een logische maatregel die overigens ook bij belangrijke Nederlandse faciliteiten wordt genomen. Naast de hoeveelheid storingen die bovendien in de regenperiodes nog vaker voorkomen, heeft Laos ook last van grote spanningsschommelingen. Mede veroorzaakt door illegaal aftappen

Ontwerpprincipes

De opzet en ontwerpprincipes van de elektriciteitsnetten in Laos zijn vermoedelijk een bewuste keuze. Bovengronds brengt dan weliswaar extra risico’s met zich mee tijdens periodes van regen en stormen, ondergronds zal er weinig tot geen schade ontstaan. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Nederland. Hier wordt meer dan een kwart van de storingen aan het elektriciteitsnet veroorzaakt door graafschade. De Nederlandse infrastructuur onder de grond is een wirwar aan kabels, leidingen, buizen, rioleringen. Een graafschade is tijdens bouw- en onderhoudswerkzaamheden zo gemaakt, zeker in drukke stedelijke gebieden.

Ook de grondsamenstelling kan een rol spelen. Grondsoorten als veen en klei veroorzaken indirect storingen door bodemdaling en verzakking als gevolg van ontwatering en inklinking.

Toegegeven, ondergronds is esthetisch veel aantrekkelijker dan bovengronds. De kosten voor deze esthetische waarde maakt de elektrische infra al snel een factor 3 duurder qua aanleg. Maar ook qua onderhoud is bovengronds makkelijker toegankelijk voor inspectie en reparatie. Ook noodvoorzieningen zijn makkelijker te realiseren. Bovengronds zorgt ook voor een hoger transportvermogen omdat bovengrondse kabels hun warmte makkelijker kwijt kunnen.

netwerkafweging

Terug naar Laos, dit is een land waar aardbevingen vaker voorkomen. De voorkeur voor bovengronds in seismische gebieden is een ontwerpprincipe dat wordt toegepast in regio’s die zwaar getroffen kunnen worden. Bovengrondse aanleg maakt sneller herstel mogelijk. Maar de overwegingen in Laos zijn primair ingegeven door kostenoverwegingen.

Het is dus afhankelijk van waar je je in de wereld bevindt om een afweging te maken. De afweging tussen bovengronds (goedkoper, sneller te repareren, beter bij grondverschuiving) en ondergronds (beter beschermd tegen weer en wind, geen visuele vervuiling). Waarbij bovengrondse lijnen vaak het voordeel krijgen zodra de leidingen lange afstanden overbruggen buiten de dichtstbevolkte gebieden. Beide brengen risico’s met zich mee en mitigeren weer anderen. De keuze zal dan allicht afhangen van de bedrijfswaarden welke door de risico’s worden geraakt.

De Onzichtbare Crisis onder de Nederlandse Infrastructuur

Het is de ruggengraat van onze welvaart, maar de fundering kraakt. Een schrikbarend groot deel van de Nederlandse civiele infrastructuur is aan vervanging toe. De politiek moet kiezen: nu structureel investeren, of wachten op de onvermijdelijke infrastructurele infarcten. Dit is de onzichtbare crisis die de komende verkiezingen in haar greep zou moeten houden.

De totale vervangingswaarde van alle wegen bruggen, viaducten, sluizen, keringen en spoorlijnen wordt door het CBS becijferd op een duizelingwekkende €360 miljard. Het grootste publieke bezit van Nederland, dat onze delta veilig houdt en onze economie draaiende.

Maar dit kapitaal is massaal verouderd. De bouwjaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw zorgen nu voor een gigantische vervangingsopgave. Onze infrastructuur is simpelweg niet ontworpen voor de intensiteit en zwaarte van het hedendaagse verkeer. De druk op de assets is hoger en de noodzaak tot actie wordt acuut door toenemende risico’s. De risicosom van uitval van infrastructuur is nog vele malen hoger omdat de impact ervan op bijvoorbeeld de economie, veiligheid, bereikbaarheid, en leefbaarheid niet in de CBS cijfers is opgenomen.

Kiezen onder krapte

Assetmanagement is de strategische discipline die ervoor moet zorgen dat de functie van deze vitale assets op de lange termijn geborgd blijft. Het gaat om het maximaliseren van de waarde en het beheersen van de balans tussen prestaties, risico’s en kosten. En juist die balans staat onder immense druk.

Zo wijzen de Algemene Rekenkamer en sectorpartijen al jaren op de groeiende onderhoudsachterstand. Er is sprake van een structureel budgettekort, waardoor het gewenste basiskwaliteitsniveau van de netwerken op termijn niet meer gegarandeerd kan worden. Politiek is keuzes maken in schaarste, maar de miljarden die niet naar instandhouding gaan, vertalen zich later in hogere maatschappelijke kosten door uitval en noodreparaties.

Zelfs als het geld er is, ontbreekt de mankracht en de specialistische kennis. Een krimpende arbeidsmarkt en de focus op andere grote transities (energie, woningbouw) trekken gespecialiseerd personeel weg. Assetmanagers en beheerders staan voor de taak om met minder mensen meer werk te verzetten. Door dit cross-sectoraal aan te vliegen ontstaat er mogelijk ruimte. Het is ook een politiek vraagstuk om arbeidsmigratie juist te stimuleren om Nederland leefbaar en bereikbaar te houden. Maar in plaats daarvan verlammen vergunningsprocedures, met name rondom stikstof, de cruciale vervangingsprojecten. Dit legt de bal ook direct bij de politiek: het ontbreken van juridisch houdbare en concrete stikstof-reducerende maatregelen vertraagt de verbouwing van Nederland ernstig.

Nu doen of Straks betalen

De komende verkiezingen zijn – overigens om meerdere redenen – uitermate belangrijk. De instandhouding~ en vernieuwingsopgave wordt te complex en te duur om op de lange baan te schuiven. De politieke agenda wordt gedwongen een standpunt in te nemen over de fundamentele koers van ons assetmanagement. Bijvoorbeeld over het verkiezingsdilemma klimaat en milieu versus economische groei.

Politieke KeuzePrioriteit in AssetmanagementEconomische/Milieu ImplicatieVoorbeelden van Partijen (Stroming)
Maximale Groei (Verkeer)Snelweguitbreiding, weghalen van regels (Stikstof/CO2) en focus op traditioneel onderhoud (asfalt, beton).Economische Groei: Korte-termijn winst door snellere vergunningverlening en meer aanleg.
Milieu: Sterke toename van stikstof-/CO2-uitstoot, verslechtering van natuur en luchtkwaliteit.
PVV, FvD, JA21 (Deels BBB, VVD)
Integrale TransformatieFors investeren in ‘groene’ assets: Snel uitbreiden elektriciteitsnet, OV (Lelylijn), waterstofinfrastructuur en klimaatadaptatie (dijken).Economische Groei: Transitie naar een duurzame, toekomstwaardige economie, maar hoge investeringskosten op de korte termijn.
Milieu: Maximale CO2-reductie, sterke verbetering van milieu en leefbaarheid.
GroenLinks-PvdA, D66, Volt, Partij voor de Dieren
Gebalanceerd & MaakbaarFocus op onderhoud en innovatie: Versnellen van vervangingsopgave met inzet op circulair bouwen en datagedreven assetmanagement. Beperkte nieuwe aanleg.Economische Groei: Behoud van de huidige economische functie door instandhouding, maar de transitie gaat langzamer.
Milieu: Realistische CO2-reductie, stappen naar circulariteit, maar stikstof blijft een knelpunt.
CDA, VVD, NSC, ChristenUnie

Of de onzichtbare crisis: achterstanden in onderhoud of budgetprioritering.

Politieke KeuzePrioriteit in AssetmanagementDirecte GevolgenVoorbeelden van Partijen (Stroming)
Structureel Meer BudgetPlanmatig onderhoud en vervanging op basis van levensduur. Structureel geld voor de ‘grootste instandhoudingsopgave ooit’.Voor: Voorkomen van acute veiligheidsrisico’s en infrastructurele infarcten.
Tegen: Leidt tot hogere rijksuitgaven en mogelijke bezuinigingen elders.
D66, ChristenUnie (Partijen met forse, structurele investeringsplannen)
Budget op Bestaand NiveauRisicogestuurd beheer (‘bewuste achterstand’). Meer nadruk op levensduurverlenging en uitstel van vervanging.Voor: Kostenbesparing op korte termijn.
Tegen: Risico op plotselinge sluiting van assets (zoals bruggen) en hogere kosten op de lange termijn.
NSC, VVD (Partijen die primair inzetten op het huidige afgesproken budget)
Regels SchrappenVersnellen van projecten door schrappen van milieu- en duurzaamheidseisen. Focus op aanleg waar nodig.Voor: Kortere doorlooptijden, snellere oplevering van wegen. Tegen: Verergert de stikstof- en klimaatproblematiek, leidt tot grotere milieuconflicten.PVV, JA21 (Partijen die regeldruk sterk willen verminderen)

De toekomst van Nederland hangt af van de keuzes die de nieuwe politieke leiders maken over de assets onder onze voeten. Het gaat niet alleen om de veiligheid van onze waterkeringen en de bereikbaarheid van onze steden, maar ook om het behoud van de economische waarde van het grootste bezit van ons land. Het is tijd dat de onzichtbare crisis in de infrastructuur de zichtbare prioriteit wordt in Den Haag.

Zelf ben ik op moment van schrijven nog een zwevende kiezer. Maar wel aan de linkerkant van het spectrum met een cross-sectoraal gedachtengoed.

onzichtbare crisis zorgt voor verkiezingsdillema's
AI gegenereerde afbeelding passend bij het onderwerp.

Casuïstiek met een historisch perspectief (6)

Werken met herkenbare casuïstiek – voor bijvoorbeeld het doorgronden van én leren werken met een bedrijfswaardenmatrix – is niet enkel goed voor een geweldige leerervaring, het is ook buitengewoon leuk. Om die reden beschrijf ik ook – als de casus dat toelaat – een historisch perspectief. Het geeft net dat beetje extra context op een bepaalde situatie waardoor deelnemers vaak met meer nuance naar de risico’s kijken en tot betere risico inschattingen komen. Historie doet ertoe. Daarom deel ik de komende dagen van een paar gemaakte casussen het bijbehorende historisch perspectief. Gewoon omdat het leuk is.

Schelde-Rijnverbinding

De vaarwegverbinding tussen Reimerswaal en Steenbergen – is de levensader voor de haven van Antwerpen, een van de grootste havens van Europa. De verbinding biedt een betrouwbare, getijdenvrije route voor schepen om van Antwerpen naar het achterland te varen, met name naar de grote rivieren Rijn en Maas. Zonder deze directe verbinding zou Antwerpen veel minder efficiënt zijn en zou het vrachtvervoer een langere en minder voorspelbare route moeten nemen. De vaarweg fungeert als een belangrijke economische motor. Het vergemakkelijkt het vervoer van goederen zoals containers, brandstoffen en landbouwproducten. Dit zorgt voor een constante goederenstroom tussen de Belgische en Nederlandse havens en industriegebieden, wat cruciaal is voor de regionale en nationale economieën.

De aanleg van het Schelde-Rijnkanaal, in combinatie met de Deltawerken zoals de Oesterdam en de Philipsdam, heeft het Schelde-Rijnverkeer veiliger en efficiënter gemaakt. Door het scheiden van zout en zoet water en het creëren van een getijdenvrije vaarweg, kunnen schepen sneller en met grotere zekerheid navigeren. Dit vermindert ook de kans op ongevallen.

De vaarweg is het resultaat van een langdurige diplomatieke strijd. De succesvolle aanleg markeerde het einde van eeuwen van discussies tussen Nederland en België over de toegang van Antwerpen tot de Rijn. De verbinding staat symbool voor de samenwerking en het gezamenlijke waterbeheer van de Lage Landen.

Een eeuwenlange strijd

De Schelde-Rijnverbinding is niet plotseling ontstaan; het is het resultaat van meer dan een eeuw aan diplomatieke strijd en mislukte plannen tussen Nederland en België. Na de Belgische onafhankelijkheid in 1839 bleef de vaarweg op de Westerschelde onder Nederlandse controle, en Nederland bleef er tol heffen. Dit was een doorn in het oog van België, dat een vrije toegang voor de haven van Antwerpen naar het achterland (de Rijn) eiste. Om aan het verdrag te voldoen, groef Nederland het Kanaal door Zuid-Beveland, dat in 1866 werd geopend. Hoewel dit de scheepvaart vergemakkelijkte, zagen de Belgen dit als een inferieure oplossing en bleven ze aandringen op een directere route.

In 1863 werd een belangrijk verdrag gesloten. België kocht de tol op de Schelde af van Nederland voor een aanzienlijk bedrag van ruim 36 miljoen frank. Deze afkoop, gefinancierd door België en andere maritieme mogendheden, gaf de haven van Antwerpen definitief vrije toegang tot de zee, maar loste het probleem van de Rijnverbinding niet op. In de decennia daarna, waaronder in de jaren ’20 en ’30 van de 20e eeuw, werden verschillende plannen besproken voor een direct kanaal tussen Antwerpen en Moerdijk, ook wel het “Moerdijkkanaal” genoemd. Deze projecten bleven in de ontwerpfase en kwamen nooit tot uitvoering, mede door politieke en economische omstandigheden, zoals de Tweede Wereldoorlog. Na de Tweede Wereldoorlog werden de onderhandelingen hervat. De in 1949 benoemde commissie van de Belgische politicus Frans Van Cauwelaert en de Nederlandse staatsman Max Steenberghe speelde een cruciale rol. De aanbevelingen van deze commissie legden de basis voor de uiteindelijke overeenkomst.

De aanleg van de uiteindelijke Schelde-Rijnverbinding was dus het hoogtepunt van een lange strijd, die de economische rivaliteit tussen de havens van Antwerpen en Rotterdam weerspiegelde en die pas definitief werd beslecht met het verdrag van 1963. Vanaf 1967 begonnen de werkzaamheden voor het Schelde-Rijnkanaal, dat het hart vormt van de verbinding. Het kanaal werd geopend in 1975. De werkzaamheden werden in 1976 afgerond.

De Schelde-Rijnverbinding bestaat uit verschillende waterwegen en kunstwerken die gezamenlijk een getijdenvrije route vormen.

  • Het Antwerps Kanaalpand: Dit is het meest zuidelijke deel van de verbinding. Het is een nieuw gegraven kanaal dat start in de haven van Antwerpen en door de schorren van Ossendrecht loopt, op weg naar de Kreekraksluizen. Dit deel bevindt zich nog op Belgisch grondgebied en is van essentieel belang voor de directe toegang tot de haven van Antwerpen.
  • Kreekraksluizen: Deze sluizen vormen de scheiding tussen het Scheldebekken en het Volkerak. Ze zorgen ervoor dat schepen het hoogteverschil tussen de twee gebieden kunnen overbruggen en dat de zout- en zoetwaterhuishouding gescheiden blijft. De sluizen spelen een cruciale rol in het getijdenvrij maken van de verbinding.
  • Volkerak-Zoommeer: Dit waterlichaam is ontstaan na de voltooiing van de Deltawerken, in het bijzonder de Philipsdam en de Oesterdam. Het Volkerak-Zoommeer, inclusief het Volkerak en het Zoommeer, maakt deel uit van de route en dient als een gecontroleerd, zoetwaterbekken. Vroeger was dit een getijdengebied, maar na de aanleg van de dammen is het een belangrijk knooppunt geworden voor de scheepvaart en waterbeheer in de regio. Het ligt tussen Tholen en Steenbergen en vormt een directe verbinding met het Schelde-Rijnkanaal, wat de verkeersroute naar de haven van Moerdijk en verder naar de Rijn vergemakkelijkt.   

De verbinding is niet alleen van belang voor de doorvoer van goederen, maar heeft ook het landschap en het waterbeheer in de regio permanent veranderd. De aanleg van de dammen en sluizen heeft Zeeland en Noord-Brabant beschermd tegen de zee en een betrouwbaar vaarwegennet gecreëerd.

Foto: LEAM; De Kreekraksluizen zijn wandelend of fietsend gewoon te bezoeken